Een opschepperig lieveheersbeestje wil met alle dieren vechten, van klein tot walvisgroot, totdat hij beseft dat vriendelijkheid fijner is.
Let op de klokjes op elke pagina: een leuke eerste kennismaking met hele uren op de klok.
Met loeppotjes op safari in de schooltuin, het tellen van spinnenpoten en lieveheersbeestjesstippen, en de metamorfose van rups tot wonderschone vlinder observeren. Een natuur- en onderzoeksthema vol verwondering.
Een opschepperig lieveheersbeestje wil met alle dieren vechten, van klein tot walvisgroot, totdat hij beseft dat vriendelijkheid fijner is.
Let op de klokjes op elke pagina: een leuke eerste kennismaking met hele uren op de klok.
De wereldberoemde klassieker waarin het rupsje zich door appels, peren, pruimen en taart heen eet om uiteindelijk een schitterende vlinder te worden.
Koppel aan de dagen van de week en getallen 1 t/m 5: 'Op maandag at hij door één appel...'.
Prachtig verhaal over een klein groen rupsje dat nieuwsgierig de tuin verkent, een veilige cocon spint en verandert in een wonderschone vlinder.
Volg na het voorlezen de groeistadia op een geïllustreerde tijdlijn in de klas.
Cijferdoolhoven waarin kinderen cijfers herkennen, een reeks onthouden en meedenken. De doolhoven worden steeds moeilijker.
Begin met het makkelijkste doolhof en laat kinderen de cijferreeks eerst hardop zeggen voor ze de route volgen.
Kleikaarten waarbij kinderen het lijf van de rups kleien. Oefent de getalsymbolen tot en met 12 en de fijne motoriek.
Laat kinderen eerst het cijfer noemen en het aantal delen tellen; groep 1 werkt tot 5, groep 2 tot 12.
Zoekkaarten waarmee kinderen in de insectenpot naar kriebelbeestjes zoeken: één voor één of in de afgebeelde rij, horizontaal, verticaal of diagonaal. Extra leuk met een loep.
Laat kinderen de kaart met een loep bekijken en de gevonden beestjes met een vinger volgen; groep 2 zoekt ook verticaal en diagonaal.
Werkblad met een lege insectenpot waarin kinderen kriebelbeestjes tekenen met zwarte stift en inkleuren met kleurpotlood.
Laat kinderen eerst benoemen welke kriebelbeestjes ze kennen en hoeveel poten ze hebben voordat ze tekenen.
Telkaartjes waarbij de kinderen het lijf van de rups leggen zoals op de kaart staat. Oefent getalsymbolen tot en met 10, tellen en kleuren.
Laat kinderen eerst het aantal op de kaart hardop noemen voordat ze de rupslijf leggen; groep 1 werkt tot 5, groep 2 tot 10.
Opdrachten waarin kinderen met gekleurde ijslollystokjes de vleugels van een vlinder spiegelen: met 3 kleuren, met 7 kleuren, of vrij naar eigen keuze.
Laat groep 1 met 3 kleuren beginnen en groep 2 met 7 kleuren of vrij; laat kinderen hardop vertellen welke kleur aan de andere kant moet komen.
Logisch denkblad: plaats in elke rij en kolom een spin, bij, rups en lieveheersbeestje zonder dat er dubbelen ontstaan.
Laat kleuters eerst de losse plaatjes neerleggen en schuiven voordat ze ze vastplakken.
Kleuters tellen de stippen op de linkervleugel en tekenen evenveel stippen op de rechtervleugel (symmetrie en getalbegrip tot 10).
Gebruik zwarte knopen of fiche-stenen als tastbare stippen voordat kleuters gaan tekenen.
Knippen en chronologisch plakken in 4 stappen: 1. eitje op het blad, 2. rups die eet, 3. pop/cocon, 4. prachtige vlinder.
Oefen tijdsbegrippen: 'eerst', 'daarna', 'vervolgens' en 'tenslotte'.
Werkblad waarop kinderen insecten tellen en in een eenvoudige grafiek zetten.
Laat kinderen eerst hardop vertellen welk insect het meest voorkomt en waarom; groep 1 kleurt hokjes, groep 2 leest de grafiek.
Set kleurplaten in het thema insecten en kriebelbeestjes om uit te printen en in te kleuren.
Laat kinderen de gekleurde plaat aan de klas laten zien en het insect benoemen; groep 1 kiest een eenvoudige plaat.
Werkblad waarop kinderen rupsen zo tekenen dat ze even lang worden als het voorbeeld.
Laat kinderen eerst de voorbeeldrups met een touwtje of hand opmeten voordat ze de rups tekenen.
Kinderen tekenen een bij met stift, kleuren hem in en drukken een zeshoekig stuk papier op met gele verf beschilderd noppenfolie tot een honingraat, waar de bij op geplakt wordt.
Laat kinderen de zeshoeken op de honingraat benoemen en tellen; groep 1 mag de bij voorgetekend kleuren.
Kinderen vouwen een gele cirkel dubbel, knippen hem door voor het bijenlijf en meten en knippen zwarte strepen. Daarna volgen vleugels, kop, oogje en pootjes en groen gras.
Laat kinderen het meten van de zwarte strepen bewust oefenen; groep 1 krijgt voorgetekende strepen.
Op het verfbord schilderen kinderen een grote hongerige rups, geïnspireerd door Rupsje Nooitgenoeg.
Laat kinderen na het voorlezen kiezen wat rupsje eet en hem daarna groot schilderen; bespreek de kleuren en de dagen van de week.
Kinderen kleien een lieveheersbeestje en versieren het met zwarte strijkkralen voor stippen en chenilledraad voor voelsprieten en pootjes.
Laat kinderen de stippen tellen die ze erop drukken; groep 1 werkt met maximaal 5 stippen.
Lieveheersbeestje uit het vouwboek van Thea van Mierlo, gevouwen uit drie vouwbladen die even groot zijn.
Vouw het lieveheersbeestje eerst stap voor stap voor; groep 1 krijgt hulp bij het vouwen, groep 2 volgt het vouwboek.
Een rups vouwen van 16 vierkantjes, met twee rijen weggeknipt en ingeknipt om te vouwen. Pootjes en voelsprieten maak je van het afgeknipte papier.
Laat groep 1 de rups voorgevouwen krijgen en groep 2 stap voor stap volgen; laat de kinderen de pootjes en voelsprieten van het afgeknipte papier maken.
Lijf van een gevouwen vlieger die smaller wordt gevouwen, vleugels uit een hartje van zestien vierkantjes met omgevouwen hoeken. Daarna versieren kinderen de vleugels gespiegeld.
Laat groep 1 een voorgevouwen vlinder versieren en groep 2 zelf vouwen; laat kinderen uitleggen wat gespiegeld betekent.
Een insect tekenen met zwarte wasco en daarna inkleuren met waterverf.
Laat kinderen eerst met wasco tekenen en daarna over de tekening schilderen zodat de wascolijnen zichtbaar blijven.
Na het voorlezen van het prentenboek van Mies van Hout knippen en plakken kinderen het insect dat zij zelf willen zijn en schrijven erbij waarom.
Laat groep 1 vertellen waarom ze dit insect willen zijn en de leerkracht dicteren; groep 2 schrijft een korte zin.
Kinderen maken ringen van groene papierstroken en plakken die aan elkaar tot het lijf van de rups. De kop is een rode strook die aan het lijf komt.
Laat groep 1 een korte rups maken en groep 2 een langere; laat kinderen de ringen tellen en de kleuren wisselen in een patroon.
Kinderen kleuren koffiefilters met stiften en laten de kleuren uitlopen in een schotel met een laagje water. Twee gedroogde filters worden de vleugels van een vlinder.
Laat kinderen voorspellen wat er met de kleuren gebeurt in het water en na het drogen de vleugels beschrijven.
Borduurkaart met een slak om te prikken en te rijgen.
Laat kinderen bij de gaatjes beginnen die het dichtst bij hun schrijfhand liggen.
Kinderen leggen felgekleurde bloemen met Figurovorm waar de insecten op afkomen. Formats staan op de site van Vouwjuf.
Laat groep 1 eenvoudige bloemen leggen en groep 2 een eigen patroon of bloem met een voorbeeldformat.
Kinderen bouwen met Kapla of kleine blokken een korf voor bijen en zetten er speelgoedbijen in om te laten wonen.
Laat kinderen eerst een plan maken en bespreek wat een bijenkorf nodig heeft; groep 2 bouwt hoger of met bepaalde vormen.
Een geel geverfd eierrek is de honingraat. Kinderen pakken gele pompons of kleine bijen met een pincet en leggen ze in de cellen.
Laat kinderen met een pincet pompons in de cellen leggen en de gevulde cellen tellen; groep 2 mag een bepaald aantal per cel afspreken.
Met planken, banden, kleden en een kruiptunnel bouwen kinderen een insectenhotel en wonen er later als insect. Er ligt lekkers klaar zoals natuurlijk materiaal of kunststof fruit.
Laat kinderen eerst samen afspreken wie welk insect speelt en wat ze in het hotel nodig hebben; benoem de materialen.
Activiteitenbak of zandtafel met bloem, olie en eventueel cacao als zacht, kleverig zand, gecombineerd met insectenfiguurtjes, bloemetjes, pincetten en potjes. Het wordt een bloementuintje vol insecten.
Laat kinderen benoemen hoe de zachte kleverige massa voelt en gebruik de pincetten voor de kleine insectjes.
Draad wordt door een mandje geweven tot een spinnenweb. Kinderen bevrijden kunststof insecten uit het web met een pincet.
Laat kinderen met een pincet de insecten bevrijden en benoemen welke insecten ze uit het web halen.
Kinderen versieren lijf en vleugels van een vlinder met kleine materialen. Een uitdaging is de vleugels gespiegeld versieren, of alleen het lijf krijgen en de vleugels zelf gespiegeld leggen.
Laat groep 1 één kant versieren en groep 2 de vleugels gespiegeld; laat kinderen uitleggen wat links en rechts hetzelfde is.
Kinderen tekenen een vlinder op het krijtbord: met twee handen tegelijk vleugels, met de lemniscaat door de middenlijn heen, of met gespiegelde vleugels en versieringen.
Laat groep 1 met twee handen tegelijk vleugels tekenen en groep 2 de vleugels spiegelen; benoem wat links en rechts hetzelfde is.
Kinderen bouwen in de bouwhoek een cocon of een huis voor Rupsje Nooitgenoeg.
Laat kinderen eerst vertellen wat rupsje nodig heeft in zijn cocon of huis en daarna samen bouwen.
Een omgeving waar insecten zich thuis voelen, met fruit en eten uit het boek, vlindervleugels als verkleedkleding en een mummieslaapzak als cocon. De kinderen doen alsof ze zelf het hongerige rupsje zijn.
Laat kinderen het verhaal naspelen: één kind is rupsje en de anderen geven hem het fruit van de dag; wissel de rollen af.
Rollenspel in de imkerij: imkerhoed met net, kartonnen honingraten met zeshoeken, plastic potjes honing en speelgeld.
Aandacht voor geometrische vormen: zeshoeken herkennen en leggen met mozaïekstenen.
Afgeschermde hoek met net waaraan vlinders hangen, pastavlinders met knijpertje, zoekplaten, microscoop, QR-codes, een bak met rupsen en poppen en opwindbare papieren vlinders.
Bouw de hoek samen met de kinderen op en laat ze rupsen en poppen dagelijks observeren en tekenen wat er verandert.
Op A4-vellen staan de even getallen 2 tot en met 12 achter elkaar in de speelzaal. Kinderen springen als sprinkhanen van getal naar getal en noemen ze; zo tellen ze met sprongen van twee.
Groep 1 telt vooral in stappen van één en groep 2 tot en met 12 in twee-sprongen; laat kinderen het getal hardop noemen bij elke landing.
Een rij mieren loopt door het lokaal: enkele kinderen gaan op een rij staan. De groep benoemt wie vooraan, achteraan en in het midden staat, om de begrippen te oefenen.
Laat kinderen na afloop de posities benoemen (vooraan, in het midden, achteraan) en wissel steeds wie de rij vormt.
Het springstaartje springt weg als er gevaar dreigt. Kinderen zeggen een woord in klankgroepen en maken bij elke klankgroep een sprong.
Laat kinderen eerst het woord klappen in klankgroepen voordat ze bij elke klank springen.
De bij zoemt door het lokaal: kinderen horen de z-klank en bedenken woorden die met z beginnen. Als bijen lopen ze rond en vertellen elkaar zo'n woord. Extra: de letter z met je lichaam maken.
Laat kinderen de z-klank eerst met de bij samen zoemen en pas daarna een woord met z bedenken; groep 2 vertelt het woord aan een klasgenoot.
Kinderen praten over wat rupsje op elke dag at en leren de dagen van de week. Daarbij hoort het versje over de dagen, met steeds meer stukken fruit: een appel, twee peren, drie pruimen, vier aardbeien, vijf sinaasappels.
Herhaal het versje dagelijks in de kring en laat kinderen de dagen op volgorde leggen; koppel de dag aan het aantal stukken fruit.
Fruit ligt in de kring, de kinderen sluiten hun ogen en het kind dat Rupsje Nooitgenoeg is neemt één soort of stuk fruit weg. Wat is er opgegeten?
Laat kinderen na het raden het ontbrekende fruit benoemen; groep 2 mag meerdere soorten laten verdwijnen.
Al het plastic fruit ligt in de kring. Kinderen schatten hoeveel, bedenken samen hoe je zonder dubbel tellen kunt tellen en sorteren het fruit op soort in rijen. Welk fruit is er het meest en het minst?
Laat kinderen eerst schatten en daarna vertellen hoe ze tellen zonder dubbel te tellen; sorteer in rijen zodat meer en minder zichtbaar wordt.
Opening van het thema: er zitten gaten in vouwbladen, plantenbladeren, werkjes en het dagprogramma. De leerkracht reageert geschrokken en de kinderen zoeken alle gaten voordat het boek voorgelezen wordt.
Een lekker mysterie voor de start: laat de kinderen zelf raden wie de gaten heeft gemaakt.
Kinderen zien de bladzijden van Rupsje Nooitgenoeg één voor één en vertellen bij elke plaat wat er gebeurt. Wat doet het rupsje en wat herinneren ze nog van het voorlezen?
Laat groep 1 per plaat één zin vertellen en groep 2 meerdere zinnen; help met vragen als 'wat at rupsje op dinsdag?'.
Papieren vlinders van verschillende grootte worden geteld en van klein naar groot gelegd. Andere ordeningen zijn ook mogelijk, zoals dik naar dun.
Laat groep 1 op grootte ordenen en groep 2 ook op andere kenmerken zoals dik en dun; laat kinderen benoemen wat de kleinste en de grootste is.
Muzikale dramales in de kring: alle kinderen zijn kleine rupsjes die over een groen blad kruipen, slapen in een strakke cocon en ontwaken als sierlijke vlinders.
Gebruik gekleurde zijden sjaaltjes die kinderen vasthouden als fladderende vleugels.
Grote praatplaat van een doorgesneden boomstronk: duizendpoten in de schors, mieren in hun gangen en pissebedden onder het mos.
Bespreek waarom deze beestjes graag op donkere en vochtige plekken leven.
Gezelschapsspel waarbij elk kind een plastic insect op de start zet en om de beurt dobbelt. Welk insect is als eerste bij de finish?
Speel in kleine groepjes en laat de kinderen bij elke worp het aantal stippen hardop tellen; benoem welk insect voorligt.
Spel waarin kinderen met een vliegenmepper op het genoemde cijfer meppen. Zo oefenen ze getalsymbolen en synchroon tellen; wie mept de meeste muggen?
Roep het cijfer om beurten en laat groep 1 tot 5 werken; laat de kinderen na elke ronde hardop tellen hoeveel muggen ze hebben.
Zingspel in de kring: een kind loopt rond met een nepvlinder. Als het lied stopt, landt de vlinder op de hand van het dichtstbijzijnde kind, dat daarna rondgaat. Variatie: een kind raadt bij wie de vlinder zit.
Laat kinderen de vlinder zacht op de hand laten landen; bij de raadvariant mogen de anderen vragen stellen om te raden.
Lotto met slakkenkaarten: de ene set blijft heel, de andere wordt losgeknipt en op de juiste plek gelegd.
Laat kinderen de plaatjes benoemen en het woord erbij zoeken; plastificeer de kaarten zodat ze blijven.
Dominospel met slakken: kinderen zoeken steeds dezelfde slak en leggen die aan.
Speel in tweetallen en laat de kinderen zelf controleren of het aansluit.
Gooi met de dobbelsteen en rijg het geworpen aantal houten kralen (appels, peren, pruimen) aan de chenilledraad tot een lange rups.
Laat kinderen om beurten dobbelen en het aantal kralen hardop tellen; groep 1 kan met een kleinere dobbelsteen of met de hand rijgen in plaats van met een pincet.
Samenwerkingsles: mieren transporteren grote zachte blokken (dennennaalden) naar het nest. Daarna: zo traag mogelijk over een mat glijden als slakken.
Zelfbeheersing en spierkracht: wie kan er zó langzaam bewegen dat je bijna stilstaat?
Beweegverhaal waarin kleuters met Timo door het gras kruipen, springen, sluipen en fladderen op zoek naar kevers, bijen, vlinders en mieren; plaat voor het digibord.
Vertel het verhaal bij de plaat op het digibord en laat kinderen kruipen, springen, sluipen en fladderen; laat groep 2 het volgende beestje raden.
Speelzaalles met een motorisch parcours: tijgeren door de kruiptunnel ('de cocon'), balanceren over een smalle tak en zacht landen op bloemenkussens.
Stimuleer contrast in bewegen: heel traag en zwaar over de grond sluipen versus lichtvoetig en snel op de tenen dansen.
Kort versje uit Het grote versjesboek over twee slakjes die verliefd trouwen en hun huisjes op elkaar zetten als een flat.
Laat kinderen met hun handen twee slakjes uitbeelden die hun huisjes op elkaar zetten; bespreek dat slakken hun huisje meedragen.
Liedje uit Koekeloere van SchoolTV over een spin die buiten in het web hoort, waar hij draden weeft en vliegen vangt. Met een refrein over de kriebelspin die de tuin in moet.
Zing het liedje voor en laat kinderen bij het refrein met hun vingers als spin kriebelen; praat daarna over waar een spin woont.
Kort versje uit Het grote versjesboek over een bloem en een bijtje dat haar een dikke zoen geeft, afgesloten met een zoemend geluid.
Laat kinderen het zoemende geluid aan het eind samen maken en met hun handen de bloem en het bijtje uitbeelden.
Versje uit Het grote versjesboek over een duizendpootje dat zich aankleedt met duizend sokken en vijfhonderd paar schoenen, en na de laatste veter alweer naar bed moet.
Zeg het versje voor en laat kinderen de kleding en schoenen tellen of raden; praat over hoe duizendpootjes bewegen.
Versje uit Kleuterwijs over mejuffrouw Slak in haar bont beschilderde huisje, waar haar lange gladde lijfje precies in past.
Zeg het versje voor en laat kinderen met hun handen een slakkenhuis vormen; bespreek hoe een slak in zijn huisje past.
Versje over een kevertje met een zwart mutsje en rode jas dat over je hand kriebelt. Het eindigt met de vraag om te raden welk kevertje het is.
Laat een kind een kevertje over andermans hand laten kriebelen en de anderen raden welk kevertje het is.
Sesamstraatliedje over het tellen van de stippen op het lieveheersbeestje, dat elk jaar een stip erbij krijgt. Met een telrijtje van een tot en met acht.
Zing het telrijtje mee en laat kinderen de stippen op een lieveheersbeestje van papier één voor één aanwijzen.
Kort liedje uit Kleuterwijs waarin de stippen op de rug van het lieveheersbeestje geteld worden.
Tel de stippen op je vingers of een grote plaat mee terwijl het liedje klinkt.
Rijmend liedje van Jeroen Schipper uit Rood, Rood mannetje, verteld door een rups die vraat, een nachtjapon spon en als cocon veranderde in een vlinder.
Zeg het liedje ritmisch en laat kinderen de fasen (vraten, spinnen, cocon, vlinder) met een beweging uitbeelden.
Tel-liedje op de melodie van Berend Botje waarin je zoekt naar Rupsje Nooitgenoeg, die door appels, peren, pruim, taart, kaas en meloen heen eet.
Laat kinderen bij elk fruit dat rupsje eet de vingers opsteken en meetellen.
Grappig versje uit Kleuterwijs over een duizendpoot die in de sloot glijdt en dus een buil en duizend vuile sokjes heeft.
Zeg het versje ritmisch en laat kinderen het rijmwoord aan het eind van de regel aanvullen.
Vraag-en-antwoordlied waarin de vlinder vertelt hoe hij een rupsje was, een cocon spon en er op een morgen uitkroop. Zo hoor je de levenscyclus van de vlinder.
Zing het lied als vraag en antwoord, waarbij de helft van de klas de vlinder speelt; laat de kinderen daarna de levenscyclus in volgorde vertellen.
In een transparante glazen bak met afwisselend lagen aarde en zand observeren kinderen hoe regenwormen gangen graven en bladafval composteren.
Houd de bak donker met een zwarte doek; doe de doek eraf om de gangen langs het glas te zien.
Met een vorkje voorzichtig een metalen paperclip op het wateroppervlak leggen. Hij zinkt niet, maar 'loopt' op de waterhuid zoals een schaatsenrijder!
Druppel daarna een druppeltje afwasmiddel in het water: de vlies breekt en de clip zinkt meteen!
Met potjes, loepen en pincetten kriebelbeestjes zoeken in plantsoen of bos, onbekende beestjes opzoeken in een boekje en in de kring vergelijken.
Voor angstige kinderen: knijptang met plastic bol.
Na een regenachtige nacht vangt elk kind een slak; ze racen over een nat stuk plastic van start naar finish en zetten de slakken daarna terug in de struiken.
Laat kinderen voorspellen welke slak wint en zet alle slakken na afloop terug in de struiken.
Van de Vlinderstichting bestel je eitjes, rupsen en poppen van koolwitjes om in ongeveer vier weken de levenscyclus te volgen; plan rond vakanties en bestel op tijd.
Reserveer de levering ruim voor de start en plan de vier weken rond vakanties; laat kinderen dagelijks tekenen wat ze zien.
Mooie natuurbeelden in close-up: hoe spint een kruisspin een cirkelvormig web van kleverige draden, en hoe vangt hij een vlieg?
Bespreek dat spinnen geen insecten zijn maar 8 poten hebben en nuttig zijn voor de natuur.
QR-codes om in de vlindertuinhoek op te hangen; met een tablet scannen kinderen filmpjes, liedjes en digitale prentenboeken over vlinders en rupsen.
Laat kinderen in tweetallen scannen en na afloop in de kring vertellen wat ze hebben gezien of gehoord.
TinyTap-spellen over insecten voor digibord, computer of tablet, onder meer getallen in volgorde van 1-10 of 10-1 zetten.
Speel eerst samen op het digibord en laat kinderen daarna in tweetallen op een tablet verder.
Kleuters programmeren de Bee-Bot verkleed als bijtje om van bloem naar bloem te vliegen en stuifmeel naar de bijenkorf te brengen.
Laat kinderen de route vooraf hardop voorspellen met 'pijl vooruit, pijl rechts'.
Fahd gaat op zoek naar vlinders en ontdekt hoe een vlinder zich ontwikkelt.
Kijk het fragment in de kring, pauzeer tussendoor en laat kinderen vertellen wat ze zien; laat daarna de ontwikkeling van de vlinder in eigen woorden navertellen.
Heb je een geweldig werkblad, kringgesprek of knutselidee voor insecten, kriebelbeestjes & de vlinder dat hier niet mag ontbreken?